ziende
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzində/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die ziet of kan zienOp het instituut werd je geleerd dat je net moet doen alsof je ziet. Mijn stokloopleraar zei altijd: je moet zó over straat kunnen lopen dat de mensen denken: hé, daar loopt een ziende. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Niemand zal ooit denken: daar loopt een ziende. Het begon er dus al mee dat je jezelf moest verloochenen. Je moest als blinde zo onopvallend mogelijk zijn.
Etymologie
*ziend met de uitgang -e
Uitdrukkingen
- ziende blind zijn — door een sterke overtuiging belangrijke informatie toch negeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek