ziften
/ˈzɪftə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) de grote van de kleine deeltjes scheiden met behulp van een zeef
Etymologie
* In de betekenis van ‘zeven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1461
Vertalingen
Engelssieve, sift
Franstamiser
Duitssieben, seihen
Spaanscribar, zarandar, zarandear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek