zijne
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛi̯nə/
Betekenis
voornaamwoord
- zelfstandige vorm van zijn, derde persoon enkelvoud mannelijkIs dit kopje nu het zijne of is het het jouwe?Ze zag voor zich hoe ze haar hand in de zijne stak en hoe ze hier dan eeuwig samen zouden blijven staan.Opgelucht plaatste ik mijn tent vlak bij de zijne, maar merkte dat ik nog steeds zwaar adem haalde vanwege de hoogte.
- (verouderd) van zijnZijne Majesteit komt op bezoek.
zelfstandig naamwoord
- zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot hem behoortDeze man is een van de zijnen.
Uitdrukkingen
- ieder het zijne — men krijgt wat men verdient
- Grammaticaal zijn bovenstaande vormen ook geldig voor het onzijdig, maar zij worden vrijwel alleen voor mannelijke personen gebruikt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek