zijne

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛi̯nə/

Betekenis

voornaamwoord
  1. zelfstandige vorm van zijn, derde persoon enkelvoud mannelijk
    Is dit kopje nu het zijne of is het het jouwe?
    Ze zag voor zich hoe ze haar hand in de zijne stak en hoe ze hier dan eeuwig samen zouden blijven staan.
    Opgelucht plaatste ik mijn tent vlak bij de zijne, maar merkte dat ik nog steeds zwaar adem haalde vanwege de hoogte.
  2. verouderd (verouderd) van zijn
    Zijne Majesteit komt op bezoek.
zelfstandig naamwoord
  1. zelfstandig gebruikt bezittelijk voornaamwoord: een persoon die tot hem behoort
    Deze man is een van de zijnen.

Uitdrukkingen

  • ieder het zijnemen krijgt wat men verdient
  • Grammaticaal zijn bovenstaande vormen ook geldig voor het onzijdig, maar zij worden vrijwel alleen voor mannelijke personen gebruikt.