zijner
/ˈzɛinər/
Wat is de betekenis van zijner?
zijner betekent: (verouderd) van hij en het
Betekenis
voornaamwoord
- (verouderd) van hij en het
voornaamwoord
- (verouderd) (f) (van) zijn
- (verouderd) (van) zijn
Voorbeelden van "zijner" in een zin
- Ontferm u zijner Heere, ontferm U zijner naar Uwe groote barmhartigheid!
- En wil iemand weten wat in zijn boerderij, wat in zijn huis of zijner vrouw kleerkast ontbreekt, dan kan hij niet beter doen dan naar de winkel te gaan: daar leert hij behoeften kennen waarvan hij nooit gedroomd heeft.
- Persoonlijke accenten en beroepskleding gaven hun gebeden een vanzelfsprekendheid waar het Franse staatshoofd en de vijf eersten zijner ministers zichtbaar niet aan te pas kwamen.
Etymologie
*zijn Categorie:Genitief in het Nederlands
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek