Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zika
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (virussen) een flavivirus en arbovirus dat de ziekte zikakoorts veroorzaakt
Etymologie
*Afgeleid van Zikawoud (Entebbe, Oeganda), een bos in Afrika waar het virus voor het eerst werd aangetroffen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek