zinkstuk

onzijdig (het)/zɪŋkstɵk/

Wat is de betekenis van zinkstuk?

zinkstuk betekent: drijvende mat van wilgentenen die met stenen verzwaard wordt om als basis voor een nieuwe dam te dienen of om de bodem tegen uitschuring te beschermen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. drijvende mat van wilgentenen die met stenen verzwaard wordt om als basis voor een nieuwe dam te dienen of om de bodem tegen uitschuring te beschermen
  2. techniek (techniek) onderdeel dat bestemd is om naar de waterbodem te zinken
  3. losgeraakte onderdelen die uit het metaal zink vervaardigd zijn
  4. numismatiek, pejoratief (numismatiek) (pejoratief) muntstuk van zink zoals dat in de bezettingstijd vervaardigd werd

Voorbeelden van "zinkstuk" in een zin

  • Zinkstukken met een riet kern zijn inmiddels een verouderde methode van bodembescherming, men gebruikt hiervoor nu een kuststofdoek.
  • Het meetinstrument bestaat uit een drijver, verbonden aan een zinkstuk.
  • Het zinkstuk was afkomstig van de constructie die het houtwerk tegen regen moest beschermen.
  • Zo'n zinkstuk werd als symbool van de gehate bezetter gezien.

Etymologie

*[4] , naar het voorbeeld van goudstuk