zinsontleding

vrouwelijk (de)/ˈzɪnsɔntˌledɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grammatica (grammatica) verdeling van een volzin in woorden of groepen van woorden volgens de rol die ze taalkundig in de opbouw daarvan hebben
    Alleen zo is te verklaren dat in sommige, rake en prachtig-raadselachtige gedichten van die vreemde kronkelzinnen voorkomen. Overigens: grammaticaal altijd in orde. Alleen: om ze te begrijpen moet men de aloude zinsontleding min of meer beheersen.