zitpositie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de plaats waar men zit; de houding waarin men zit
    Ook het interieur is doeltreffend: sommige knoppen zijn wat klein maar ze zitten op logische plekken, de afleesbaarheid van de schermen is goed en de zitpositie (2,8 centimeter lager dan in de vorige Corsa) bevalt goed.
    Daarbij is het gemakkelijk om een fijne zitpositie te vinden in Mercedes’ nieuwste model. De stoelen staan wat hoger dan in bijvoorbeeld een A-Klasse, maar je hebt niet het gevoel ‘op de bok’ te zitten.