zodensnijder

mannelijk (de)/ˈzodə(n)ˌsnɛidər/

Wat is de betekenis van zodensnijder?

zodensnijder betekent: (landbouw) landbouwmachine die rechthoekige stukken met gras begroeide grond afsteekt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) landbouwmachine die rechthoekige stukken met gras begroeide grond afsteekt
  2. beroep, historisch (beroep) (historisch) landarbeider die rechthoekige stukken met gras begroeide grond afsteekt

Voorbeelden van "zodensnijder" in een zin

  • Hij heeft een nieuwe zodensnijder aangeschaft.
  • Er waren bovendien landbouwmachines op alle gebied, t.w. een maaimachine, dorsmachine met rosmolen, zaaimachine, schoffelploeg of extinpator, hooischudder, hooihark, haver- en bonenbreker, drie wortelsnijders, boekweitschoner, drie strosnijders, zaadwinden, zodensnijder, twee ronddraaiende eggen, ketting-eg, gewone eg, zes ploegen, aardappelrooier, rijenschoffel, vorenschoffel, koekmolen, zaadschoner en twee kleine zaadmachines.
  • De zodensnijders kregen maar weinig loon betaald.
  • Onder de gespecialiseerde werklieden zijn er 8 goede zodensnijders en 8 zodenleggers.

Veelgestelde vragen over zodensnijder

Wat is de betekenis van zodensnijder?

zodensnijder betekent: (landbouw) landbouwmachine die rechthoekige stukken met gras begroeide grond afsteekt

Hoeveel betekenissen heeft zodensnijder?

zodensnijder heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft zodensnijder?

zodensnijder is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van zodensnijder?

Synoniemen van zodensnijder zijn: zodenploeg.

Hoe gebruik je zodensnijder in een zin?

Voorbeeld: “Hij heeft een nieuwe zodensnijder aangeschaft.

Vertalingen

Engelsturf harvester
DuitsRasensodenschneider