zoek

mannelijk (de)/zuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toestand waarin men iets probeert te vinden (alleen nog in vaste verbindingen)
    Ik draaide me om en liep zo snel ik kon in tegengestelde richting weer de berg af op zoek naar beschutting en veiligheid. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018

Etymologie

#alleen predicatief: niet terug te vinden

Uitdrukkingen

  • zoek zijnkwijt zijn; niet kunnen vinden

Vertalingen

Duitsabgängig, fehlend, futsch