zoetwatervoorraad

mannelijk (de)/zutˈwatərˌvorat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. totale hoeveelheid zoet water die men nu en in de toekomst kan gebruiken
    Nu kunnen de boeren nog met zoet water hun gebieden sproeien. Als de droogte in de zomer aanhoudt, kan een moeilijke situatie ontstaan. Er zullen dan maatregelen nodig zijn om de zoetwatervoorraad te sparen, zoals een sproeiverbod voor boeren en tuinders.
    De aarde bestaat voor twee derde uit zeewater. Als je daar gewassen verbouwt, put je het land en de zoetwatervoorraad minder uit. Zeewierteelt is heel duurzaam.