zoeven
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) hoorbaar snel zich ergens heenbewegenDe toeschouwers stonden in groten getale langs de weg toen de wielrenners over de weg zoefden.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het zoeven in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
* In de betekenis van ‘voortgonzen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1855
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek