zoetzuur
onzijdig (het)/xxxx/
Wat is de betekenis van zoetzuur?
zoetzuur betekent: (voeding) een gerecht waaraan zowel een zuur zoals azijn als een zoetstof zoals suiker is toegevoegd
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een gerecht waaraan zowel een zuur zoals azijn als een zoetstof zoals suiker is toegevoegd
Voorbeelden van "zoetzuur" in een zin
- De combinatie van zoetzuur en ketjap manis is erg lekker.
- Ik had twee glazen koffie gezet en we hadden bij de Vietnamees nems gehaald. Luc doopte zijn miniloempia's in de zoetzure saus, mijn kandidaat drukte op de oranje knop en de telefoon ging. {{Aut|Sandes, David
Vertalingen
Engelssweet-and-sour
Spaansagridulce, agridulce
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek