zomerslaap

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. periode van inactiviteit in de zomermaanden
    De commissaris sloot zijn toespraak af met de hartenkreet 'weg met de vakantiespreiding'. Volgens hem is het niet meer van deze tijd dat de BV Nederland van begin juli tot begin september in een grote zomerslaap is gedompeld.
    Na een zomerslaap van een maandje of vier begint vanavond de Champions League weer.

Vertalingen

Engelsaestivation, summer dormancy