zondagsopening

vrouwelijk (de)/ˈzɔndɑxsˌopəˌnɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het geopend zijn van winkels en andere voorzieningen op zondag
    De “zondagsopening” in de gemeente Het Hogeland is een gelopen zaak. Alleen de ChristenUnie was er gisteravond in de gemeenteraad tegen.
    De gemeente zegt dat een tweede supermarkt niet open mag, omdat het wettelijk beperkt is tot een bepaald aantal inwoners per gemeente. Gemeenten mogen voor elke 15.000 inwoners één supermarkt een zondagsopening gunnen. Veendam telt 28.000 inwoners, dus twee supers op zondag open is niet mogelijk. De gemeente koos voor de Jumbo en niet voor AH.
    {{ouds

Etymologie

* , aangetroffen vanaf 1884 (zie vindplaats hieronder)