zonder

/ˈzɔndər/

Betekenis

voorzetsel
  1. in afwezigheid van.
    We gaan zonder Jan, ik film zonder hulpmiddelen, zonder twijfel.
    Zonder een hap te eten en met mijn kleren nog aan viel ik meteen in slaap.

Etymologie

:Oost: : sundro

Uitdrukkingen

  • Zonder (te) blikken of (te) blozenzonder zich van iemand iets aan te trekken en zonder te schamen
  • Zonder geluk vaart niemand welalleen met hard werken komt men er niet, ook een beetje geluk is nodig om ergens te komen
  • Zonder slag of stoot overgeven/etczonder verzet
  • Als een kip zonder kopzonder beraad, onbesuisd
  • Er zonder kleerscheuren afkomenhelemaal niets mankeren na een ongeluk
  • Geen rook zonder vuurbij iedere gebeurtenis hoort een oorzaak. Van de meeste geruchten is er altijd wel iets waar
  • Geen rozen zonder doornenachter alle leuke/goede dingen zitten ook minder leuke kanten
  • Je kan geen omelet maken zonder eieren te brekenom iets te bereiken moet je kosten maken of moeite doen

Vertalingen

Engelswithout
Franssans
Duitsohne
Spaanssin
Italiaanssenza
Poolsbez