woorden
boek
Start
›
Z
›
zoogperiode
zoogperiode
vrouwelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
fysiologie
(fysiologie) de periode waarin een jong dier door de moeder gezoogd wordt.
Tijdens de zoogperiode kreeg de baby moedermelk te drinken.
Verwante woorden
zoog
zoogbroeder
zoogbroeders
zoogbroer
zoogbroers
zoogde
zoogden
zoogdier
zoogdiercel
zoogdiercellen
zoogdieren
zoogdierenklasse
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← zooglammeren
zoogster →