zoutje
/ˈzɑucə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) klein zoutig baksel dat als borrelhapje of versnapering genuttigd wordtWil je er wat zoutjes bij?
- (voeding) borrelnootje
- (voeding) chip
Etymologie
*afgeleid van "zout"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek