zuid-duitsland

onzijdig (het)/ˈzœydœytslɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebied bestaand uit de Duitse deelstaten Beieren en Baden-Württemberg, ook gebruikt voor gebieden die hoofdzakelijk uit het gebied van deze deelstaten bestaat
    In grote delen van Oostenrijk en Zuid-Duitsland is de op een na hoogste lawinewaarschuwing van kracht.
  2. taalkunde (taalkunde) het deel van Duitsland waar Hoogduits wordt gesproken, ruwweg ten zuiden van de Main
    Ook thuis spreekt Julia geen plat, en dat is geen wonder, want haar eigen oma, die zich nu zo inspant Nederduits te spreken met haar kleinkind, heeft haar kinderen destijds met opzet alleen Hoogduits geleerd. "Er kwamen destijds vluchtelingen van elders en mensen uit Zuid-Duitsland, en daar hield je rekening mee." En zo schakelde Anita Dierksen over op Hoogduits, ook in de opvoeding van haar eigen kinderen.