zuidelijken

meervoud/ˈzœydələkə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) degenen die afkomstig waren uit de slavenhoudende staten, vooral degenen die het streven tot afscheiding van de VS steunden
    In de Amerikaanse burgeroorlog werden de zuidelijken uiteindelijk tot overgave gedwongen.
werkwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) (van wind) door draaien meer uit het zuiden gaan waaien

Etymologie

*: "zuidelijk"