zuidelijken
meervoud/ˈzœydələkə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) degenen die afkomstig waren uit de slavenhoudende staten, vooral degenen die het streven tot afscheiding van de VS steundenIn de Amerikaanse burgeroorlog werden de zuidelijken uiteindelijk tot overgave gedwongen.
werkwoord
- (scheepvaart) (van wind) door draaien meer uit het zuiden gaan waaien
Etymologie
*: "zuidelijk"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek