noordelijken
meervoud/ˈnordələkə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) degenen die afkomstig waren uit de staten die zich verzetten tegen de slavenhoudende staten die zich van de VS willen losmakenDe Amerikaanse burgeroorlog werd uiteindelijk door de noordelijken gewonnen.
werkwoord
- (scheepvaart) (van wind) door draaien meer uit het noorden gaan waaien
Etymologie
*: "zuidelijk"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek