zuiderling
mannelijk (de)/ˈzœʏdərlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand uit het zuidenZe moesten het materiaal dus verwarmen met vuur en bovendien een systeem bedenken om de stammen boven het vuur om te draaien op ongeveer dezelfde manier als zuiderlingen schapenlichamen boven open vuur roteerden.
Etymologie
*afleiding van zuid dat een mannelijke persoon aanduidt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek