zuiveren

/ˈzœyvərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. van verontreinigingen ontdoen
    Dit rietbed zuivert het rivierwater.
    Omdat overal besmettelijke Giardia-parasieten in het water konden zitten, was het noodzakelijk om het water te zuiveren alvorens het te drinken.
  2. techniek (techniek) raffineren, veredelen
  3. politiek (politiek) ontdoen van politieke tegenstanders
  4. van een smet bevrijden
  5. fouten of onvolkomenheden verwijderen uit

Vertalingen

Engelspurify
Franspurifier
Duitssäubern
Spaanspurificar, limpiar, depurar