schoonmaken
/ˈsxomakə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) reinigenHij moest voor straf zijn hele kamer schoonmaken.Veel klanten reageren enthousiast en vinden het een ‘superidee’. Een enkeling stelt nuchter dat veel drankjes ook zonder rietje te drinken zijn. Waarom geen metalen rietjes? vraagt een ander. Die zijn lastig schoon te maken en dat is niet zo hygiënisch, reageert de bakker. Tubantia Ellen den Hollander 16-07-18 [https://www.tubantia.nl/koken-en-eten/dit-enlsquo-rietjeenrsquo-kan-mcdonald-s-en-het-milieu-redden~af2acc37/ Dit ‘rietje’ kan McDonald's en het milieu redden]
Vertalingen
Engelsclean, cleanse, tidy up
Spaanslimpiar, purificar, escarbar
Turkstemizlemek
Deensrense, rengøre, oprydde
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek