woorden
boek
Start
›
Z
›
zul
zul
/zɵl/
Betekenis
werkwoord
(bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zullen
Zul je?
Maar dan zul je die rubberen handschoenen uit moeten doen.
Daar zul je hem vinden.
Verwante woorden
zulk
zulke
zulks
zulle
zullen
zullend
zullende
Zullik
zult
Zulte
zulten
zultspek
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← zuivert
zulk →