zulk

/zɵlk/

Betekenis

voornaamwoord
  1. zodanig, dit soort: bij ontelbare begrippen en meervouden.
    Zulk weer kan alleen maar het gevolg van het broeikaseffect zijn.
    Zulke taal kun je beter niet in zijn bijzijn gebruiken.
    Zulke wegen zijn erg moeilijk te onderhouden.
  2. ~ een bij telbare enkelvouden: zodanige.
    Zulk een man hebben we nodig.
    De abt vond het spotternij om die heilige ruimte te vullen met gezang voor zulk een wereldse geestelijke.
voornaamwoord
  1. wat een
    Zulk mooi weer! En dan blijf jij binnen? Nee toch?

Etymologie

* In de betekenis van ‘aanwijzend voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100.

Vertalingen

Engelssuch
Franstel
Duitssolch