Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zumbacursus
mannelijk (de)/ˈzumbaˌkʏrzʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- reeks lessen in fitnessoefeningen op Latijns-Amerikaanse muziek die een samenhangend geheel vormtDe uiteindelijke activiteiten zijn een inloopmiddag en een zumbacursus geworden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek