zuur
onzijdig (het)/zyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vloeistof, die een verhoogde concentratie waterstofionen bevat
- (kookkunst) gebruikt om voedsel te conserveren of een kenmerkende smaak te geven
- (scheikunde) een chemische stof die in water opgelost in staat is waterstofionen af te splitsen: arrheniuszuur
- (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is waterstofionen af te splitsen: brønstedzuur
- (scheikunde) een molecuul of ion dat in staat is een elektronpaar te accepteren: lewiszuur
- het ~ hebben: aan pyrosis lijden
- (geologie) felsisch (verouderd)
- (figuurlijk) onprettige gewaarwordingDe hemel van de zomer verjaagt het zuur van de stad, zong Charles Trenet al: 'Wij zijn gelukkig, Route Nationale 7.'
- (figuurlijk) negatieve stemming door eerdere teleurstelling
Etymologie
:Noord: : sur, : sur, : sur, (: súrr), : súr, : súrur
Uitdrukkingen
- Eerst het zuur en dan het zoet — [7] pas na vervelende maatregelen volgen plezierige besluiten
- Zuur opbreken — ergens mee in moeilijkheden komen (later)
- Zuur zijn — Stoett-2671 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- door de zure appel heen bijten — [1] iets doen hoewel men er erg tegenop ziet
- een schip met zure appels zijn/komen — [1] iemand begint bijna met huilen ofwel: het naderen van een zware bui
- het leven zuur maken — [2] voortdurend kwellen
- iets gaat/zal iemand zuur opbreken — [2] iets gaat/zal iemand ernstige problemen en/of frustraties bezorgen
- zuur kijken — [3] er ontevreden uitzien
Vertalingen
Engelsacid, heartburn, sour
Fransacide, acide, sur
DuitsSäure, Sodbrennen, sauer
Spaansácido
Poolskwas, kwaśny
Zweedssyra, sur
Deenssyre, sur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek