zwakheid
vrouwelijk (de)/ˈzwɑkhɛit/
Wat is de betekenis van zwakheid?
zwakheid betekent: het zwak-zijn
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zwak-zijn
- gebrek, fout
Voorbeelden van "zwakheid" in een zin
- Van zwakheid wordt soms misbruik gemaakt.
- Rembrandts portret wekt de suggestie dat ze in staat was te lachen om haar merkwaardige kanten, dat ze slim genoeg was om nooit te hoeven doen alsof ze iets wist en dat ze vriendelijk en vergevingsgezind kon zijn omdat ze zich maar al te goed bewust was van haar eigen zwakheden en behoefte aan bevestiging.
- Ik wist dat ze alleen maar probeerde me bang te maken, om aan te tonen dat ik dezelfde zwakheden bezat als zij; maar opgesloten zitten in een mausoleum, zonder ander gezelschap dan de doden, was een angstaanjagende ervaring.
- Ieder mens heeft z'n zwakheden.
- Ik geloof dat zwakheid het leven voor haar belangwekkender maakte.
Etymologie
*Afgeleid van zwak .
Vertalingen
Spaansdebilidad, facilidad, flaqueza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek