Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zwartjan

mannelijk (de)/ˈzwɑrtjɑnl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) iemand met en donkere huidskleur
    De notaris spreekt steeds over „zwartjes" en die „zwartjannen" al zegt hij er een keer toch nog bij dat dat „misschien wat oneerbiedig is".
    {{ouds
  2. pejoratief, religie (pejoratief) (religie) iemand met een zeer streng gereformeerde overtuiging
  3. pejoratief, voetbal (pejoratief) (voetbal) iemand die bij wedstrijden het toezicht houdt op de naleving van de spelregels
    Gezien vanuit een totaal beleid van sportiviteitshandhaving op het voetbalveld neemt de scheidsrechter geen strategische maar een tactische positie, in. Hij mag de meest opzienbarende exponent zijn van de K.N.V.B., de „zwartjan", de „zondebok", of de geprezene, de vredebrenger, de conflictoplosser, hij is dat slechts als symptoom van de totale structuur die voetbal heet.
    De gele kaart echter had bij spelers en supporters intussen een waarschijnlijk onuitroeibare slechte naam gekregen als het "terreurwapen van de zwartjannen", dat alle arbiters al hanteerden, op één na: Frans Derks.
  4. verouderd, straattaal, beroep (verouderd) (straattaal) (beroep) iemand die roet uit schoorstenen verwijdert
    Als deel van een samenstelling hebben we spekjan ‘eert. scheldnaam door zeelieden aan Portugezen en Spanjaarden gegeven’ en zwartjan ‘schoorsteenveger in de volkstaal’.
  5. geschiedenis, pejoratief (geschiedenis) (pejoratief) iemand die van de omstandigheden in de Tweede Wereldoorlog gebruikt maakte om zich onwettig of onbehoorlijk te verrijken
    {{ouds
  6. figuurlijk, jachttaal (figuurlijk) (jachttaal) benaming voor zwarte watervogels uit het geslacht
    {{ouds
  7. figuurlijk, huishouden, informeel (figuurlijk) (huishouden) (informeel) benaming voor een oven of kachel
    Misschien zitten we binnenkort 's avonds — vroeg de gordijnen gesloten tegen de gure wind — binnen onze vier geïsoleerde muren wel rond het wonderkacheltje geschaard, die kleine zwartjan tegen wiens mantel het zo goed bloembollen poffen is.

Etymologie

**[7] omdat deze voorwerpen vaak zwart beroet zijn of om functionele redenen een zwarte kleur hebben