zwartrijder
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die zwartrijdt, iemand die van het openbaar vervoer gebruikmaakt zonder te betalenHij is een gewiekste zwartrijder.Mijn vader reed als zwartrijder met hem mee.
- iemand die nalaat wegenbelasting te betalenBij een grootscheepse controle werd de zwartrijder aangehouden.
Etymologie
* van zwartrijden
Vertalingen
Engelsfare dodger, fare-dodger, road tax dodger
DuitsSchwarzfahrer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek