zwavelzuur
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) een sterk zuur bestaande uit zwavel, waterstof en zuurstof met een wateronttrekende en bijtende werkingToen de leerling het potje met zwavelzuur over zijn been liet vallen, spoelde de leraar het bijtende spul meteen met overvloedig water af.Zijn zilverachtige wapenrusting glansde voor een ogenblik als een stuk metaalfolie dat in een vat met donkerrood zwavelzuur was gegooid, om daarna te verdwijnen.Alleen nog een paar langeafstandsbussen en vrachtwagens met zwavelzuur, voor de mijnen.
Vertalingen
Engelssulphuric acid
Fransacide sulfurique
DuitsSchwefelsäure
Spaansácido sulfúrico
Deenssvovlsyre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek