zweetlucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzwetlʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geur van zweet
    Langzaam maakte het aangename inzicht zich van hem meester dat de vogelbeschermer met zijn casual overhemd, grijzende professorenslapen en lichte zweetlucht hem niets aanging.
    Als ik het later aan Donnie vraag of hij ook die zweetlucht rook, zegt hij dat hij daar niet mee bezig was, maar dat hij bezig was met zo min mogelijk zijn best te doen.

Vertalingen

Engelsbody odour
DuitsSchweißgeruch