zwelgen
Wat is de betekenis van zwelgen?
zwelgen betekent: gulzig, onmatig opeten of -drinken
Betekenis
- gulzig, onmatig opeten of -drinken
- (figuurlijk) zich onmatig verlustigen, zich te buiten gaan aan
Voorbeelden van "zwelgen" in een zin
- Homeopathische pilletjes en middeltjes mag u slikken en zwelgen tot u een ons weegt: het gaat gewoon om geschud water of suikerbolletjes.
- {{ouds
- Van haar ex onthield ze alleen leuke dingen, waardoor ze ging „zwelgen in liefdesverdriet”.
Betekenis en uitleg van zwelgen
Zwelgen betekent jezelf onderdompelen in iets, vaak met veel genot of overgave. Het kan betrekking hebben op zowel fysieke als emotionele ervaringen, zoals zwelgen in luxe of zwelgen in verdriet.
Dit woord gebruik je vaak in situaties waarin iemand zich volledig verliest in een ervaring of gevoel. Het kan zowel positief, zoals het genieten van een heerlijke maaltijd, als negatief, zoals het blijven hangen in melancholie, zijn. Zwelgen heeft een nuance van overgave aan de ervaring, wat het een krachtig woord maakt in de juiste context.
Voorbeelden
- Na een lange week besloot ze te zwelgen in de smaken van haar favoriete restaurant.
- Hij zwelgt in nostalgie terwijl hij oude foto's doorbladerde.
- De kinderen zwelgen in de vreugde van het carnaval.
Woordoorsprong
Het woord 'zwelgen' komt van het Middelnederlandse 'swelghe', dat ook al de betekenis had van zich onderdompelen of zich overgeven aan iets.
Veelgestelde vragen over zwelgen
Wat is de betekenis van zwelgen?
zwelgen betekent: gulzig, onmatig opeten of -drinken
Hoeveel betekenissen heeft zwelgen?
zwelgen heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Wat zijn synoniemen van zwelgen?
Synoniemen van zwelgen zijn: wentelen.
Hoe gebruik je zwelgen in een zin?
Voorbeeld: “Homeopathische pilletjes en middeltjes mag u slikken en zwelgen tot u een ons weegt: het gaat gewoon om geschud water of suikerbolletjes.”
Etymologie
*(erfwoord) van Middelnederlands "swelghen" "gulzig opeten of -drinken; doorslikken", uit Oergermaans *swelgan- "zwelgen, verslinden", in de betekenis van ‘zich te buiten gaan aan’ aangetroffen vanaf 1240; cognaat met "schwelgen" "zich te buiten gaan aan; (vero.) zwelgen", "swolgje" "zwelgen" en "swallow" "doorslikken"