zwelgen
/ˈzwɛlɣə(n)/
Wat is de betekenis van zwelgen?
zwelgen betekent: gulzig, onmatig opeten of -drinken
Betekenis
werkwoord
- gulzig, onmatig opeten of -drinken
- (figuurlijk) zich onmatig verlustigen, zich te buiten gaan aan
Voorbeelden van "zwelgen" in een zin
- Homeopathische pilletjes en middeltjes mag u slikken en zwelgen tot u een ons weegt: het gaat gewoon om geschud water of suikerbolletjes.
- {{ouds
- Van haar ex onthield ze alleen leuke dingen, waardoor ze ging „zwelgen in liefdesverdriet”.
Etymologie
*(erfwoord) van Middelnederlands "swelghen" "gulzig opeten of -drinken; doorslikken", uit Oergermaans *swelgan- "zwelgen, verslinden", in de betekenis van ‘zich te buiten gaan aan’ aangetroffen vanaf 1240; cognaat met "schwelgen" "zich te buiten gaan aan; (vero.) zwelgen", "swolgje" "zwelgen" en "swallow" "doorslikken"
Vertalingen
Engelsgulp down, gobble up, guzzle
Fransingurgiter, engloutir, délecter
Duitsschlemmen, prassen, schwelgen
Spaansengullir, tragar, deleitar
Italiaansindulgere, crogiolarsi
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek