zwemmen
/ˈzwɛmə(n)/
Wat is de betekenis van zwemmen?
zwemmen betekent: (sport) (inerg) zich gecoördineerd door het water voortbewegen
Betekenis
werkwoord
- (sport) (inerg) zich gecoördineerd door het water voortbewegen
- (erga) zwemmend ergens heen gaan
Voorbeelden van "zwemmen" in een zin
- Hij heeft altijd veel gezwommen.
- De hele dag werd er gekaart, vuur gemaakt, gezwommen en geschilderd.
- Zo ook in het afgelegen dorpje Shelter Cove, waar ik een dag rust nam en met vrienden in het meer zwom.
- Hij is naar de andere kant gezwommen.
- Toen ik ook daar geen succes had, zocht ik weer een andere plek op maar de vissen bleven vrolijk om mijn haak heen zwemmen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘drijven, zich drijvend houden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- vis moet zwemmen
Vertalingen
Engelsswim
Fransnager
Duitsschwimmen
Spaansnadar
Italiaansnuotare
Portugeesnadar
Russischплавать, плыть
Chinees游泳
Japans泳ぐ, およぐ
Koreaans수영하다
Arabischسبح
Turksyüzmek
Poolspływać
Zweedssimma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek