zwijgen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ervan afzien te sprekenTijdens de kerkdienst moet je zwijgen.Nemo begreep er niet veel van maar hij deed er voorlopig het zwijgen toe.{{Aut|Herzen, FrankDe frequentie waarmee wij het woord „interesting” hoorden – die beladen betekenisdrager – wees op een diepe onrust, ingegeven door angst zo sterk dat Amerikaanse burgers zichzelf actief het zwijgen oplegden.[https://www.nrc.nl/nieuws/2025/09/20/stemmen-in-amerika-verstommen-uit-angst-a4906454 www.nrc.nl (20 sep 2025)]
Etymologie
* In de betekenis van ‘niet spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236
Uitdrukkingen
- Er het zwijgen toe doen — Iets belangrijks achterhouden, bewust iets niet vertellen of een mening niet uitspreken
- Iemand het zwijgen opleggen — Er met niemand over mogen praten en niemand iets mogen vertellen
- Zwijgen als het graf — Helemaal niets zeggen en/of totaal niets over iets vertellen
- Zwijgen in alle talen — Helemaal niets zeggen ofwel: niets van zich laten horen
- Met zwijgen kruist men de duivel — Door niet mee te doen met kwaadsprekerij, voorkom je onenigheid
- Spreken is zilver, zwijgen is goud. — Soms kun je beter je mond houden
- Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen. — Het is alleen maar zinvol om te praten over de dingen die men toch al weet.Bekende uitspraak van de filosoof {{w|nl|Ludwig Wittgenstein|Ludwig Wittgenstein
Vertalingen
Engelsbe quiet, hush, shush
Franstaire
Duitsschweigen
Spaanscallar, callarse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek