zwijn

onzijdig (het)/zwɛin/

Wat is de betekenis van zwijn?

zwijn betekent: (evenhoevigen) benaming voor zoogdieren uit de familie , waarvan de mannetjes slagtanden hebben

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. evenhoevigen (evenhoevigen) benaming voor zoogdieren uit de familie , waarvan de mannetjes slagtanden hebben
  2. scheldwoord, figuurlijk (scheldwoord) (figuurlijk) iemand die zich vies, onbeschaafd of zeer slecht gedraagt

Voorbeelden van "zwijn" in een zin

  • Een geschoten zwijn roosterde je in zijn geheel aan een draaiend spit.

Betekenis en uitleg van zwijn

Een zwijn is een wild of tam varken, vaak met een robuuste bouw en een dikke huid. Ze zijn bekend om hun intelligentie en kunnen zich goed aanpassen aan verschillende leefomgevingen.

Het woord 'zwijn' wordt vaak gebruikt in de context van de jacht of de landbouw. Daarnaast kan het ook een informele of soms negatieve connotatie hebben, zoals wanneer iemand zich onbeschoft of onfatsoenlijk gedraagt. In de volksmond wordt het ook wel gebruikt om te verwijzen naar iemand die onhygiënisch is of zich niet netjes gedraagt.

Voorbeelden

  • Tijdens de jacht zagen we een groot zwijn door het bos rennen.
  • Hij gedroeg zich als een zwijn aan tafel, met eten dat overal verspreid lag.
  • De boer had zijn zwijnen goed verzorgd, zodat ze gezond en sterk waren.

Woordoorsprong

Het woord 'zwijn' stamt af van het Oudnederlands 'swin', wat 'varken' betekent. Dit woord heeft verwante vormen in andere Germaanse talen, zoals het Engelse 'swine'.

Veelgestelde vragen over zwijn

Wat is de betekenis van zwijn?

zwijn betekent: (evenhoevigen) benaming voor zoogdieren uit de familie , waarvan de mannetjes slagtanden hebben

Hoeveel betekenissen heeft zwijn?

zwijn heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft zwijn?

zwijn is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van zwijn?

Synoniemen van zwijn zijn: varken, viezerik.

Hoe gebruik je zwijn in een zin?

Voorbeeld: “Een geschoten zwijn roosterde je in zijn geheel aan een draaiend spit.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "swijn" van Oudnederlands "swin", in de betekenis van ‘hoefdier’ als deel van een plaatsnaam aangetroffen vanaf de 10e eeuw

Vertalingen

Engelspig, hog, swine
Franscochon, porc
DuitsSchwein
Spaanscerdo, puerco
Italiaansmaiale
Russischсвинья
Chinees豬, 猪
Japans
Turksdomuz
Poolsświnia
Zweedsgris, svin
Deenssvin