zwijn

onzijdig (het)/zwɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. evenhoevigen (evenhoevigen) benaming voor zoogdieren uit de familie , waarvan de mannetjes slagtanden hebben
    Een geschoten zwijn roosterde je in zijn geheel aan een draaiend spit.
  2. scheldwoord, figuurlijk (scheldwoord) (figuurlijk) iemand die zich vies, onbeschaafd of zeer slecht gedraagt

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "swijn" van Oudnederlands "swin", in de betekenis van ‘hoefdier’ als deel van een plaatsnaam aangetroffen vanaf de 10e eeuw

Vertalingen

Engelspig, hog, swine
Franscochon, porc
DuitsSchwein
Spaanscerdo, puerco
Italiaansmaiale
Russischсвинья
Chinees豬, 猪
Japans
Turksdomuz
Poolsświnia
Zweedsgris, svin
Deenssvin