zygote

mannelijk/vrouwelijk (de)/ziˈɣotə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) eerste, eencellige stadium van een organisme in wording, vlak na de versmelting van twee haploïde gameten, bijvoorbeeld de bevruchting van een eicel door een zaadcel

Etymologie

*via "zygote" van "ζυγωτός" (zugootós) "door een juk verbonden, een span vormend"

Vertalingen

Spaanscigoto