Ank
mannelijk (de)/ɑŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hardmetalen blokje met uitsparing in de vorm van een halve bol met een verschillende diameter in elk vlak, om in dun metaal met een bolpons komvormige uithollingen te makenDe 2 koperplaatjes mochten we naar wens bewerken, we hadden hier een tang voor het maken van gaatjes en bolponsen en een ank ter beschikking.
- (aardrijkskunde) doodlopende rivierarm, ontstaan doordat een vroegere bocht is afgesneden
Etymologie
*[2] van Middelnederlands "hanke"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek