Arisch

onzijdig (het)/ˈaris/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) Indo-Iraans
    Hetzij we aannemen dat reeds in 't ouder Arisch naast siâma, siâta een siama siata bestond, of sîmus, sîtis voor veel latere ontwikkelingen houden, in elk geval staat er tusschen siêmus en sîmus een siêmus in.
  2. taalkunde (taalkunde) met betrekking tot het Indo-Iraans of het Indo-Europees
    Voor 100 hebben alle Arische talen hetzelfde woord, met geringe wijzigingen.
  3. geschiedenis (geschiedenis) met betrekking tot de Ariërs als Indo-Europees volk
    {{ouds
    Het onechte kind, dat naast mij ligt, heeft vandaag uitsluitsel gekregen. Op het bureau van de Joodse Raad geroepen, kreeg hij mededeling dat hij zich gereed moet houden om naar huis te vertrekken: hij is als Arisch kind officieel erkend.

Etymologie

*van "arier", op te vatten als afgeleid van Ariër en daarom geschreven met een hoofdletter volgens onder (2) en

Vertalingen

Engelsaryan