Baard

mannelijk (de)/bart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. haar (haar) typisch mannelijke gezichtsbeharing op en rond de kin
    Het wordt gezien als hét kenmerk van de echte man: de baard.[http://www.wrmmagazine.nl/waarom-kan-niet-iedere-man-een-volle-baard-laten-groeien/ Waarom krijgt niet iedere man een volle baard?], WERM Magazine
    ' Hij wierp een onzekere blik op Irads baard, daarna op diens warrige haardos en de oude jas en trok een moeilijk gezicht. 'Of een biertje? Of doen we daar niet meer aan?' Na al die jaren ging het er bij Jorik Koolengraver nog steeds niet in dat Irad joods was.
    Eén jongen die me direct opviel door zijn gigantische rode baard vertelde me dat hij een houthakker uit Tennessee was.
  2. dierkunde (dierkunde) op een baard lijkend harig uitgroeisel bij diverse organismen
  3. molenaarsambacht (molenaarsambacht) uitgesneden paneel onder aan de voorzijde van een molenkap
  4. gereedschap (gereedschap) sleutelblad, het uitstekende onderdeel aan de stang van een sleutel
  5. gereedschap, metaalbewerking (gereedschap), (metaalbewerking) de scherpe kant van een bijl, mes. e.d.

Etymologie

*(erfwoord) Uit Germaans *barda-, verwant aan Engels "beard", Duits "Bart", enz., mogelijk een niet-Indo-Europees substraatwoord.

Uitdrukkingen

  • God een vlassen baard maken
  • Een baard in de keel hebben/krijgeneen zwaardere (mannen)stem krijgen
  • Twisten om des keizers baardom kleinigheden ruzie maken
  • braad

Vertalingen

Engelsbeard
Fransbarbe
DuitsBart
Spaansbarba
Italiaansbarba
Russischборода
Chinees胡子
Japans顎鬚, あごひげ
Arabischلحية
Turkssakal
Poolsbroda
Zweedsskägg
Deensskæg