baar
mannelijk/vrouwelijk (de)/bar/
Wat is de betekenis van baar?
baar betekent: kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine verhoging of onderstel, waarop een doodskist wordt opgebaard of gedragen
- meestal in meervoud golf op zee
zelfstandig naamwoord
- staaf edelmetaal
zelfstandig naamwoord
- (Nederlands-Indië) iemand die nog weinig ervaring heeft
- (pregnant) (scheepvaart) zeemand die op zijn reis naar Indië voor het eerst de evenaar is gepasseerd
Voorbeelden van "baar" in een zin
- De dragers droegen de kist van de baar naar de begrafenisauto.
- Hij gaat varen over de baren.
- De Nederlandsche Bank bezit veel goud in de vorm van baren.
- ' Haar vader schudde hun allebei de hand, en Teresa gaf hem het brood. Hij keek er stralend naar, alsof het een baar goud was en Teresa een van de drie Wijzen uit het Oosten.
Etymologie
**in de betekenis ‘bloot, kaal’ als deel van een toponiem aangetroffen vanaf 820-822
Vertalingen
Engelscash
Franscomptant
DuitsBahre, bar
Spaanscamilla, contante
Italiaanscontanti
Poolsw gotówce
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek