nieuweling
mannelijk (de)/ˈniwəˌlɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die ergens nieuw isHij is hier gisteren komen wonen en is een nieuweling in deze buurt.
Etymologie
*afgeleid van nieuw
Vertalingen
Engelsnewbie, novice
Spaansnovato, novata, novicio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek