Beuker
mannelijk (de)/'bøkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een heel sterke sporter met veel karakter maar met weinig techniekKazachstan bleek in de eerste set een taaie tegenstander. Met Anarkulova had de ploeg een hele handige aanvalster en met diagonaal Mudritskaya een ouderwetse beuker. Tubantia René Banierink 23-09-14 [https://www.tubantia.nl/sport-regionaal/volleybalsters-beginnen-wk-met-strakke-3-0-zege~a7f6547b/ Volleybalsters beginnen WK met strakke 3-0 zege]Juvat gaat afwachtend de ring in. „Je moet heel goed kijken naar je tegenstander een daar op reageren”, geeft hij een beetje van zijn tactiek prijs. „Daarop pas ik mijn plannetje aan.” De danser en acteur geniet vooral van de uitdaging die Boxing Stars hem biedt. „Ik vind het ontzettend leuk, de uitdaging, je tanden in iets nieuws zetten. Dan ben ik echt een beuker.” De Telegraaf 28 okt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/2733394/juvat-boezemt-tegenstander-rick-geen-angst-in Juvat boezemt tegenstander Rick geen angst in]
Etymologie
* van beuken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek