Bouwen
/ˈbɑuwə(n)/
Wat is de betekenis van Bouwen?
Bouwen betekent: (ov), (bouwkunde) een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
Betekenis
werkwoord
- (ov), (bouwkunde) een constructie oprichten door het samenvoegen van onderdelen
- (inerg) ~ op: zich verlaten op, vertrouwen op
Voorbeelden van "Bouwen" in een zin
- Dit kasteel werd in de dertiende eeuw gebouwd.
- Een goede vriendin verwees me naar Maurits de Planque, een ervaren survival-instructeur van wie ik het een en ander hoopte te leren, zoals vuur maken, een schuilplaats bouwen en wat ik zou kunnen eten uit de natuur mocht ik verdwalen.
- Het werd met de minuut duidelijker dat zijn vrouw het podium bouwde waarop hij kon schitteren.
- Iemand waarop je kunt bouwen is een betrouwbaar persoon.
Etymologie
* In de betekenis van ‘het land bewerken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1375
Uitdrukkingen
- in aanbouw zijn — bouwen
Vertalingen
Engelsbuild, construct
Fransconstruire, édifier
Duitsbauen
Spaansconstruir, edificar
Italiaanscostruire, edificare
Portugeesconstruir
Russischстроить
Japans建てる, たてる, 建設
Koreaans만들다
Poolsbudować
Zweedsanlägga, bygga, förfärdiga
Deensbygge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek