Bush
mannelijk (de)/buʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ecologie) rimboe, wildernis
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘rimboe’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘rimboe’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912