bushalte

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbʏshɑltə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een plek waar een bus stopt en mensen in en uit de bus kunnen stappen
    Als er vertraging is, staan hier vaak veel mensen bij de bushalte.

Vertalingen

Engelsbus stop
Fransarrêt d'autobus
DuitsBushaltestelle
Spaansparada de autobús
Turksotobüs durağı
Zweedsbusshållplats