Charisma

onzijdig (het)/xa'rɪsma/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoonlijke uitstraling
    Bij de presidentiële verkiezingen bleek charisma het te winnen van ervaring.
    Deze ‘Pogue Mahone’ (‘kiss my arse’ in Gaelic) leek sprekend op de ‘The Dude’ uit de film ‘The Big Lebowski’ met zijn relaxte houding en opvallende charisma.

Etymologie

*Van Grieks charisma (genadegave). Van charizomai (iemand welgevallig zijn). Van charis (genade, schoonheid). Verwant met chairein (zich verheugen).

Vertalingen

Engelscharisma
Spaanscarisma