Curaçaoënaar
mannelijk (de)/ˌkyraˈsɑuwəˌnar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) inwoner van CuraçaoDe Curaçaoënaars gingen naar de stembus.De Curaçaoënaar speelde in het verleden meerdere toernooien voor de Nederlandse honkbalploeg.
Etymologie
*afgeleid van Curaçao
Vertalingen
EngelsCuraçaoan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek