Do
mannelijk/vrouwelijk (de)/do/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) (Nederland) een bepaalde toon, die de grondtoon van een melodie aangeeftDe toonhoogte is wat lager dan gebruikelijk, toch noemen we de eerste drie trappen van de toonladder do-re-mi.
- (muziek) (Vlaanderen) een toon van een bepaalde frequentie, die in andere systemen met C aangegeven wordtDit stuk staat in do mineur.
zelfstandig naamwoord
- (afkorting), (tijdrekening), (dag) donderdag, de vierde dag van de werkweekOpen: di, wo, do, vr; dicht: za, zo, ma.|Geopend op dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag; gesloten op zaterdag, zondag en maandag.
Etymologie
*(m) (verkorting) van het Nederlandse zelfstandige naamwoord donderdag
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek